Opvoeding van de pup/hond                      

  

1. DE RANGORDE

 

Wolf en hond: een gezamenlijke voorvader

De hond en de wolf hebben gezamenlijke voorvaderen. Al leeft hij al enkele tienduizenden jaren samen met de mens, nog steeds vertoont hij veel overeenkomsten met zijn wilde stamvader.

Wolven leven in groepen, die roedels worden genoemd. De wolf met het meeste overwicht heet de Alpha. Dit is meestal een reu, maar kan ook een teef zijn. Deze wolf staat het hoogste in de rangorde.

De Alpha bepaalt wanneer er iets gebeurt: wanneer er wordt gejaagd of wanneer het territorium (woon- en jachtgebied van de roedel) moet worden verdedigd. Hij duldt geen tegenspraak, aan hem moet onvoorwaardelijk worden gehoorzaamd.

De rangorde binnen de roedel wordt continu bevestigd. Zo zal de Alpha nooit naar een andere wolf toegaan, zijn roedelgenoten komen altijd naar hém toe, met de oren, de kop en de staart laag. De Alpha zelf heeft in die situaties altijd de oren, kop en staart hoog staan en stelt zich ook in zijn geheel hoger op dan de ranglagere.

De Alpha wenst rust in de roedel. De wolvenroedel kan het zich namelijk niet veroorloven dat enige energie wordt verspild, en problemen rondom de rangorde veroorzaken beslist verspilling van energie. Als een van de roedelgenoten probeert een stapje hoger in rang te komen, grijpt de Alpha onmiddellijk in en zijn bedoeling komt zeer duidelijk over. Verkeerd gedrag wordt nooit getolereerd. Het wordt consequent afgestraft.

Als de wolvenpups voor het eerst uit hun nestplaats komen, wordt hun direct duidelijk gemaakt wie de baas is. De Alpha pakt ze bij het nekvel totdat ze piepen en zich overgeven. De meeste pups doen dit dan ook direct. Wie zich niet overgeeft, wordt gedood. Het lijkt wreed, maar dergelijke pups zijn niet normaal en kunnen in de roedel later problemen veroorzaken. Later daagt de Alpha de pups uit. Hij pakt bijvoorbeeld een lekker stuk bot, knaagt er wat aan en laat het vervolgens liggen. Als de pups het wagen eraan te komen, wordt hun op niet mis te verstane wijze duidelijk gemaakt dat deze knook van de Alpha is, en van niemand anders!

Als een Alpha niet voldoende overwicht heeft, wordt hij "afgezet". Een andere Alpha neemt zijn plaats in, en de ex-Alpha kan de roedel verlaten of aanblijven, maar dan wel als laagste in rang.

 

Ons gezin als roedel

Ook onze hond leeft in een roedel: ons gezin. Hij heeft de mens in zijn nest als het goed is namelijk als soortgenoot leren zien. In onze roedel is de hond de laagst geplaatste, met uitzondering van baby's, die beschouwt de hond als lager in rang dan hijzelf. Wanneer de kinderen ouder worden, stijgen ze vanzelf in de rangorde.

Ook in deze roedel eist de hond vanuit zijn wolvenverleden een duidelijke leider. Is deze er niet, dan zal de hond de leiding op zich nemen. Omdat er in onze maatschappij geen plaats is voor een hond die de baas is, moet jij hem en jezelf hiervoor behoeden.

Wat kan er in zo'n situatie namelijk gebeuren? Het kan zijn dat je gebeten wordt omdat je op "zijn" plaats op de bank zit of omdat je je partner omarmd. Of de hond achtervolgt fietsers en valt ze zelfs aan, allemaal omdat jij niet baas genoeg was om hem onder controle te houden. Zeker als er kinderen gevaar lopen, zal het niet lang duren voordat jijzelf of je omgeving (politie) tot de conclusie komt dat de hond vals is en hem laten euthanaseren. Afmaken is hiervoor het iets hardere woord. Terwijl niet de hond, maar jij de fout in bent gegaan, jij hebt de situatie compleet uit de hand laten lopen. Jij was niet duidelijk genoeg baas, jij was niet consequent, jij toonde geen overwicht. Schrikken? Dat is ook de bedoeling. Want samen met honden met een verkeerde socialisering (zie aldaar) vormen honden met rangordeproblemen de grootste groep "klanten" voor gedragsdeskundigen. Als jij hierdoor hebt begrepen dat jouw lieve kleine schattige pupje goed moet worden opgevoed, voorkom je al deze ellende, zowel voor jezelf als voor je hond.

Jij bent dus de Alpha. Van jou wordt verwacht dat je leiding geeft, in alle situaties. Je eist dat jouw bevelen worden opgevolgd, zonder tegenspraak. Je moet, net zoals bij de wolven, onvoorwaardelijk worden gehoorzaamd. Zo niet, dan moet je onmiddellijk en, indien nodig, krachtig ingrijpen. Van jouw hond wordt geen enkel initiatief verwacht.

Wees een zorgzame, vriendelijke Alpha maar wel duidelijk en consequent!!

 

Voorbeelden van gedrag dat je nooit mag tolereren

 

    grommen bij de voerbak;

    grommen bij zijn kluifje;

    grommen wanneer hij in zijn mand ligt;

    trekken aan de lijn;

    opdringerig aandacht vragen;

    uitvallen naar andere honden;

    uitvallen naar vreemden;

    niet mogen borstelen;

    doorblaffen bij de deurbel;

    te hardhandig spelen.

 

Kinderen en de hond

Laat kleine kinderen nooit alleen met je hond. Als hij zich aangevallen of in het nauw gedreven voelt, zal zelfs de liefste hond (letterlijk) van zich afbijten. Stel je eens voor dat jullie kleine peuter in jullie afwezigheid de hond in het oor schreeuwt, zich aan zijn oor omhoog trekt, over de hond heen kruipt en hem met een speeltje op zijn kop slaat; of dat jullie baby nieuwsgierig zijn vingertje in zijn neus, ogen of oren stopt. Als de hond hierop al niet reageert en zich, moe van alle pesterij, tenslotte terugtrekt in zijn mand (zijn veilige plaats), kan het ook nog gebeuren dat de kleine dreumes vrolijk achter hem aan rent, niet begrijpend wat dat gegrom en die ontblote tanden nu toch te betekenen hebben.

Het niet alleen laten geldt trouwens niet alleen voor kleine kinderen. Ook iets oudere kinderen kunnen nog niet altijd goed inschatten wanneer de hond er genoeg van heeft. Bij een wat dominante hond kunnen ook vervelende situaties ontstaan als ze iets van hem eisen waar hij geen zin in heeft. Bij afwezigheid van de dominante roedelleider zal de hond menen dat het kind zijn plaats in de rangorde niet kent en dat hij het hiervoor moet corrigeren.

Zoals bij de wolven gaat een lager geplaatste altijd naar een ranghogere toe. Laat kinderen dan ook nooit naar een hond toelopen. Bij gebrek aan overwicht worden de kinderen hierdoor in de ogen van de hond lager in rang, wat weer een gevaarlijke situatie kan opleveren. Laat ze de hond bij zich roepen. Hiermee bevestigen zij hun hogere rang en tenzij de hond er nare herinneringen aan heeft, zal hij (zeker als pup) het prachtig vinden om met kinderen te spelen.

Maak jullie kinderen ook goed duidelijk dat de jonge hond nog zeer veel rust nodig heeft. Als hij slaapt, moeten ze hem dan ook rustig laten liggen. Als hij wakker wordt, begint hij vanzelf weer te spelen.

 

Lichaamstaal

Ik geef twee voorbeelden van lichaamstaal bij honden. Beide honden in dit voorbeeld zijn agressief. Het betreft hier echter twee uitersten: de ene hond heeft een zelfverzekerde, zgn. "dominante" houding, de andere heeft een onderdanige, zelfs angstige houding. Waaraan kun je zien dat beide honden agressief zijn?

De dominante hond heeft een rechte lichaamshouding, met de oren en de mondhoeken naar voren, de staart en de haren op de rug omhoog. Bovendien heeft deze hond zijn neus en lippen opgetrokken. Hij is naast dominant dus ook nog agressief. Als deze hond je zou aanvallen, zou hij je waarschijnlijk letterlijk naar de keel vliegen.

De onderdanige hond heeft een gedrukte lichaamshouding, met de oren en de mondhoeken naar achteren, en de staart laag, zelfs angstig tussen de achterpoten. Nog onderdaniger zou het zijn als deze hond op zijn rug ging liggen en zijn keel zou aanbieden. Ook deze hond heeft echter de neus en lippen dreigend opgetrokken. Hij is angstig agressief en als hij tot de aanval zou overgaan, zou hij naar het eerste grijpen wat er in zijn buurt komt, zoals een arm of eventueel een stok.

Zoals gezegd zijn beide honden agressief. Zonder opgetrokken neus en lippen blijft een zelfverzekerde en een wat angstige, onderdanige hond over. Tussen deze twee houdingen zijn allerlei tussenfases mogelijk, die ieder ook weer een bepaalde gemoedsgesteldheid van de hond weergeven.

Als jouw hond tegenover jou meestal een dominante houding aanneemt, moet je goed op je hoede zijn. Waarschijnlijk is hij bezig de baas in huis te worden, met alle gevaren voor hem en jezelf van dien. Het is tijd de touwtjes weer duidelijk in handen te nemen. Een paar manieren hiertoe:

 

    Negeer hem als hij om aandacht vraagt (draai je hoofd "hoog" af, met de neus in de lucht), of stuur hem weg, in zijn mand.

    Als je hem toch aandacht wilt geven, roep je hem na 5 minuten alsnog uit zijn mand. U laat hem zitten voor je hem aanhaalt.

    Hij eet altijd na jou.

    Voor wat hoort wat, ook bij het eten. Laat hem zitten of, beter nog, gaan liggen voordat je de bak neerzet. Hij mag pas eten als jij het zegt.

    Met spelen win jij altijd. Laat hem ook tussendoor nooit winnen. Na het spelen berg je het speeltje waar het om ging weer op. Het is van jou!

    Hij mag beslist niet (meer) op de bank of bij jou in bed. Dan kan hij zich namelijk letterlijk boven jou stellen, wat hem een lekker dominant gevoel geeft.

    Jij gaat als eerste het huis of de kamer in en uit.

    Jij zorgt ervoor dat hij jou altijd gehoorzaamt. Geef hem niet de kans onder jouw commando uit te komen.

 

De bedoeling van dit alles is dat je weer duidelijk het leiderschap op je neemt. De hond mag absoluut geen kans meer krijgen om het initiatief te nemen. Alleen jij mag dat doen.

Overigens moet je een dominante hond niet met een attente hond verwarren: de oren staan naar voren, de rest is dan meestal in "neutrale" stand (niet dominant, niet onderdanig).

Als je je  hond corrigeert en hij neemt een deemoedige houding aan, straf hem dan niet verder. Het bericht is dan al doorgekomen, en verder corrigeren maakt je hond onzeker.

Nog even een misverstand uit de wereld helpen: kwispelen is niet altijd teken van vrolijkheid en vriendelijkheid, maar vaak gewoon van opwinding. Ook agressie is opwindend, dus het kan goed zijn dat als jouw hond heel hoog staat te kwispelen naar een andere hond, hij op het punt staat te gaan knokken!

 

Bij alle honden is deze lichaamstaal terug te vinden. Iets om bij stil te staan is echter wel, dat bijna iedere rasstandaard weer een verschillende stand van oren en staart voorschrijft . Ook de vacht kan voor verwarring zorgen, doordat deze het zicht op zijn lichaamstaal kan ontnemen (een extreem voorbeeld hiervan is de Bobtail). Voor een pup is het zeer belangrijk dat hij de eerste paar maanden zoveel mogelijk verschillende honden(rassen) meemaakt, zodat hij al deze verschillen kan leren kennen en hij later alle honden die hij tegenkomt goed kan begrijpen (zie ook De socialiseringsfase, hieronder).

 

 

2. EEN GOEDE START

 

De ontwikkelingsfases

Net als de wolf doorloopt ook de hond tot zijn volwassenheid een aantal fases:

 

    0 - 2 weken: Vegetatieve fase: in deze periode zijn de voornaamste "activiteiten" eten en slapen. De ogen en oren zijn nog gesloten, de hond beleeft de wereld om hem heen uitsluitend via zijn neus en zijn tastzin.

    2 - 3 weken: Overgangsfase: de ogen en oren zijn inmiddels open, de pup begint de wereld om hem heen te verkennen.

    3 - 8 weken: Inprentingsfase: de pup is nu ontvankelijk voor alle vreemde dingen. Hij merkt wat er gebeurt, maar stelt zich passief op. Heeft het `vreemde' (bijvoorbeeld pianospel of de stofzuiger) geen verdere gevolgen voor hem, en reageert de moederhond alsof het de normaalste zaak van de wereld is, dan zal het pupje er verder ook geen aandacht aan schenken en er op latere leeftijd niet bang voor zijn. In deze periode verblijft de pup nog bij de fokker.

    8 - 16 weken: Socialiseringsfase: de pup verkent zijn wereld verder, ravot met zijn nestgenoten, leert hondentaal, leert wie zijn soortgenoten zijn. In deze fase komt de pup bij jullie in huis.

    4 - 6 maanden: Juveniele fase: de pup leert zijn lichaam steeds beter beheersen en hoe de rangorde in elkaar zit.

    Vanaf 6 maanden: Puberteitsfase: de hond gaat uitproberen hoe strak de regels in de roedel gehanteerd worden.

 

De inprentingfase en de socialiseringsfase zijn van deze fases eigenlijk de belangrijkste. Hierin moet hij snel leren hoe de wereld om hem heen in elkaar zit, wat leuk is, wat gevaarlijk, wat normaal. Daartoe heeft hij van nature in deze periode een enorm leervermogen. Wordt deze periode onvoldoende benut, dan heeft de pup een achterstand die hij niet, dan wel slechts zeer moeizaam kan inhalen.

In de periode dat de pup nog in het nest zit, moet hij (onder andere) leren de mens als soortgenoot te zien, anders is hij later eigenlijk ongeschikt als huisdier. Het is dan ook van enorm belang dat hij in deze tijd behalve honden ook veel mensen om zich heen heeft gehad, bijvoorbeeld omdat het nest in de woonkamer werd gehouden. Een pup uit een schuurtje achteraf, die weinig kans heeft gehad om mensen als soortgenoot te leren kennen, heeft een onoverbrugbare achterstand in zijn socialisatie.

Ook is het van belang dat de pups vanaf een week of vier in contact komen met hun vader, dan wel een dominante reu. De moederteef leert de pups namelijk niet om het (volkomen natuurlijke) onderwerpinggedrag te vertonen, hetgeen wel gedaan wordt door de vader of een andere (betrouwbare) dominante reu. Dit aanleren van het onderwerpinggedrag is belangrijk voor de toekomstige omgang van de hond met soortgenoten, maar ook voor de toekomstige omgang met de mens. Een pup die al vroegtijdig onderwerpinggedrag heeft aangeleerd zal later gemakkelijker te trainen zijn.

Vanaf het moment dat de pup bij jullie in huis komt, moet hij zoveel mogelijk verschillende indrukken opdoen. Geef je hem die kans niet, dan zal jouw hond zich in zijn eigen omgeving met voor hem normale situaties evenwichtig gedragen. Zodra hij echter in een nieuwe situatie komt of er iets verandert in zijn vertrouwde omgeving, zal hij angstig reageren. Een extreem voorbeeld hiervoor is een pup die in deze periode nooit zijn kennel heeft verlaten. Als een dergelijke hond later uit zijn kennel wordt gehaald, kan hij volslagen in paniek raken, waarbij hij uit pure doodsangst naar alles zal bijten wat in zijn buurt komt. De hond heeft dan kennelsyndroom. Hieraan is helemaal niets meer te doen.

Als het goed is, is de fokker al een beetje begonnen met de pups aan bepaalde situaties te laten wennen. Een fokker heeft vaak echter weinig tijd voor individuele aandacht. Neem je pup dan ook zoveel mogelijk overal mee naartoe, in de trein, de bus, de tram en uiteraard de auto. Laat hem kennis maken met andere dieren: paarden (manege), schapen, koeien, geiten (kinderboerderij). Neem hem mee naar vrienden en nodig ook geregeld vrienden uit (die vinden die "kraamvisite" waarschijnlijk allang leuk). Laat hem met zoveel mogelijk mensen kennismaken, zodat hij niet schuw wordt. Neem hem eens mee de stad in, zodat hij aan drukte en menigten leert wennen. Hoe meer indrukken hij nu opdoet, hoe evenwichtiger hij later ook volslagen nieuwe situaties tegemoet zal kunnen treden. Als er overigens eens iets "engs" gebeurt (knallend vuurwerk, kind fietst over zijn poten heen, hond schrikt van auto), troost de hond dan absoluut niet! Daarmee beloon je namelijk zijn angstgedrag, waardoor hij steeds panischer wordt voor datgene waarvan hij geschrokken is! Beter is het opgewekt door te lopen alsof er niets is gebeurt en zijn aandacht af te leiden, bijvoorbeeld met een speeltje.

Alleen zijn is ook iets waaraan je pup in deze gevoelige fase moet wennen. Later lukt dat niet meer. Je leert het hem door geleidelijk aan langer weg te blijven. Het gemakkelijkst is het, als je een bench hebt, waarin u hem op dit soort momenten kunt opsluiten. Dan voorkom je in ieder geval dat hij kattenkwaad kan uithalen. Het eerste begin is hem alleen in de kamer te laten voor ongeveer vijf minuten. Langzaam voer je de tijd op. Voorkom dat je teruggaat op het moment dat hij zit te piepen of te blaffen. Anders wordt hij voor zijn "geroep" beloond en zal hij dit in het vervolg blijven volhouden, met als resultaat een hond die niet alleen kan zijn zonder vervelende problemen met je buren te veroorzaken. Als hij piept op het moment dat u terug wilt gaan, kun je even op de deur bonken. Van dit geluid zal hij schrikken, zodat hij even stilvalt. Na een aantal seconden ga je dan naar binnen, waarbij je hem ervoor beloont dat hij stil was op het moment van binnenkomen. Als hij hiermee geen problemen meer heeft, wen je hem er op dezelfde geleidelijke manier aan echt alleen in huis te blijven (je gaat dus het huis uit). Een volwassen hond kan ongeveer 5 uur alleen blijven.

En niet te vergeten: laat hem vooral veel met andere honden spelen, zodat hij de hondentaal grondig leert. Probeer hem hierbij niet in bescherming te nemen en til hem zeker niet op. Hij moet juist leren wanneer hij zich over moet geven en wanneer hij lekker stoer rond kan lopen, wanneer een hond met hem wil spelen en wanneer een hond zijn drukke gedoe zat is. Als je dit niet doet, zal hij later andere honden niet goed begrijpen, ze eng vinden en zelfs uit angst naar ze uitvallen aan de lijn.

LET OP! Laat hem, totdat hij volledig door zijn inentingen is beschermd, niet op veldjes spelen waar alle honden uit de buurt steevast worden uitgelaten. Daar kan hij al te gemakkelijk een ernstige ziekte oplopen.

Zoals gezegd leert de pup in deze periode razendsnel. Denk nu niet "hij is nog zo klein en lief, dat opvoeden hoeft nog niet, dat komt later wel". Dit is bij uitstek de periode om hem snel een goede basisgehoorzaamheid bij te brengen.

 

De puberteitsfase is voor de eigenaar vaak heel frustrerend. Het lijkt alsof alles wat de pup geleerd had tijdens de eerste maanden allemaal voor niets is geweest. Hij luistert niet, is Oost-Indisch doof, probeert van alles en nog wat opnieuw uit. Blijf gehoorzaamheid eisen, geef hem geen kans ergens onder uit te komen, blijf Alpha. Na een tijdje zul je zien dat de rust weerkeert en je hondje weer gaat luisteren.

Overigens maakt de hond vaak nóg een fase mee waarin hij alles uitprobeert. Tussen 1,5 en 2 jaar, als hij volledig volwassen is, kan het zijn dat hij nogmaals zal proberen hogerop in de rangorde te komen.

 

De eerste dagen

De pup komt in huis en je wordt direct geconfronteerd met het eerste probleem: zindelijkheid. Een belangrijk ding wordt hierbij van u verlangd, namelijk geduld. Word niet boos als het hondje een plas of een hoopje in huis doet. Beloon hem daarentegen met een lekkernij of met woorden als hij de plas of hoop buiten doet. Iedere keer wanneer de pup wakker wordt, direct na iedere maaltijd en na een beetje druk stoeipartijtje, moet hij in elk geval even naar buiten. Als je hem verdacht ziet snuffelen - je leert de signalen vast snel herkennen - kun je hem snel optillen en naar buiten brengen. Je hoeft hierbij niet bang te zijn voor vuile kleren. Moeder wolf heeft hem een zogenaamde "plasrem" meegegeven, om te voorkomen dat de pup een geurspoor achterlaat als ze bij gevaar de pup moet vervoeren. Zodra je het hondje optilt, houdt hij alles op.

Word vooral niet boos als de hond de eerste nacht(en) huilt; het moet ook geen pretje zijn om door wildvreemden uit je vertrouwde omgeving te worden weggehaald. Je kunt de pijn wat verzachten door hem de eerste paar nachten naast je bed te nemen, zodat hij zich niet helemaal alleen voelt in het nieuwe, vreemde huis. Daarna kan hij altijd nog naar zijn eigenlijke slaapplaats. Besluit je hier eenmaal toe, dan moet je je wel even sterk maken: de eerste nacht alleen zal toch wat gehuil veroorzaken. Ga niet naar de pup toe, dan houdt het gepiep op een gegeven moment vanzelf op. Geef je eraan toe, dan beloon je de pup in feite en zal hij in het vervolg nog hardnekkiger volhouden om toch maar jouw aandacht te krijgen. Daarmee doe je noch jezelf, noch je buren, noch de hond een plezier. Even doorzetten dus.

De pup heeft iets nodig om op te knagen. Zorg er dan ook voor dat hij voldoende speeltjes heeft waarin hij zijn tanden kan zetten. Als hij niets anders heeft, zal de pup al gauw aan het tapijt, dat lekkere zachte leer van die schoenen of aan de tafelpoten beginnen. Dit verbied je hem meteen met een duidelijk NEE! of LOS! Als hij niet loslaat, leg je duim en wijsvinger over de neus van de pup heen en druk je aan weerszijden de bovenlippen van de hond tegen de onderkant van de bovenkiezen vlak achter zijn hoektanden. Omdat dit een beetje pijnlijk is, zal de hond zijn bek opendoen. Zodra hij loslaat, beloon je hem (BRAAF!) en geef je hem een eigen speeltje om op te knagen. Als hij weer het verboden voorwerp pakt, straf je hem iets hardhandiger door hem in zijn nekvel te pakken en iets dreigender te verbieden (lagere, evt. hardere stem). Overigens is het zeer aan te raden voorlopig erg verleidelijke zaken als schoenen, leren tassen e.d. goed op te bergen. (Zie ook het artikel over het gebruik van de bench.)

Ook ander ongewenst gedrag kun je het best in de kiem smoren: tegen mensen opspringen, voedsel stelen, oversext gedrag ("rijden"), te ruw spelen (te hard bijten), joggers, fietsers of auto's najagen, enz.

Voor het uitlaten zul je het hondje ook al snel aan halsband en riem moeten laten wennen. Doe het hondje eerst de halsband om, niet te strak, maar ook niet te los. De eerste dagen zal hij er wat onwennig aan krabben en zijn pootjes of nagels mogen natuurlijk niet blijven haken. Als hij de halsband een paar uur heeft omgehad en er al wat aan gewend is, doe je  het riempje eraan. Zo laat je hem wat rondlopen, ervoor oplettend dat hij nergens met de riem achter blijft haken. Als de nieuwigheid er wat vanaf is, kunt u het buiten proberen. Probeer in het begin je tempo een beetje aan te passen aan dat van de pup, zodat hij ook aan deze nieuwe situatie weer wat kan wennen. Later kun je hem met je stem en een klein rukje aan de lijn terughalen als hij te snel gaat of juist, weer met je stem en een rukje, vooruit trekken als hij ineens blijft stilzitten. Niet sleuren, noch vooruit, noch achteruit. Dan leert de hond juist dat een strakke lijn normaal is. Zodra de pup netjes aan een slap lijntje loopt, beloon je hem enthousiast met hoge stem. Je zal merken dat hij jou dan ook weer interessant vindt, waardoor hij nóg beter gaat lopen. Oefen dit in het begin hooguit 5 minuten achter elkaar en bouw het langzaam op.

 

 

3. GEHOORZAAMHEID

 

Gehoorzaamheid, waarom?

Uit het voorgaande is je waarschijnlijk al het een en ander duidelijk geworden over het waarom van gehoorzaamheid. De volgende voorbeelden maken nog duidelijker dat niet alleen jij, maar ook jouw goed gesocialiseerde, gehoorzame hond een heel wat aangenamer leven heeft dan een niet goed opgevoede, verkeerd gesocialiseerde hond en zijn baas.

De onopgevoede hond:

 

    sloopt als jij er even niet bent de halve kamer en moet daarom in de schuur;

    blaft en gromt tegen iedereen die aan de deur komt en wordt daarom even opgesloten als er wordt aangebeld (en als de telefoon gaat);

    gapt het gebak van tafel en gromt tegen de visite, en moet daarom als er visite verwacht wordt weer in de schuur, of zelfs in een pension omdat de buren klaagden over het geblaf;

    moet altijd goed aan de lijn gehouden worden, anders loopt hij weg;

    blaft en springt rond in de auto, zodat zelfs een kort tochtje een hachelijke verkeersonderneming wordt;

    wordt als gast door niemand op prijs gesteld;

    levert je veel klachten en zelfs dreigementen met de politie op van de buren, vanwege zijn voortdurende geblaf en zijn onvriendelijke gedrag op straat;

    valt aan de lijn uit naar andere honden, dus mag hij niet los;

    mag nooit mee op vakantie, want tijdens die vakantie heeft de baas alle rust nodig om van de hond bij te komen!

 

De gehoorzame hond:

 

    mag bij jouw afwezigheid los in de woonkamer;

    mag mee gaan kijken wie er heeft aangebeld;

    mag er gezellig bij zijn als je visite hebt;

    mag vaak los bij het wandelen;

    mag mee in de auto, hij gaat dan rustig van het uitzicht zitten genieten of slapen;

    mag mee op visite en krijgt veel aanbiedingen om te logeren, want het is een graag geziene gast;

    bezorgt je geen problemen met de buren;

    mag veel met andere honden spelen;

    mag mee op vakantie of anders uit logeren bij hondenvrienden.

 

Dit lijkt je misschien wat extreem gesteld, maar ik denk dat de meeste situaties bij de ongehoorzame hond je vanuit je omgeving toch wel bekend voorkomen. De gehoorzame hond heeft heel wat meer plezier in zijn bestaan. Hij mag vaak gezellig met de baas op stap en heeft een heel afwisselend leven met veel contacten met zowel mensen als andere honden.

Daarnaast bevestigt gehoorzaamheid de rangorde van de hond: jij bent duidelijk de Alpha en in jouw huis zullen niet gauw rangordeproblemen ontstaan. Bovendien vinden de meeste honden het heel leuk om samen met de baas bezig te zijn.

Ook bij jouw pup zul je snel merken dat je er baat bij hebt het hondje een aantal basismanieren bij te brengen, zoals lopen aan de lijn zonder te trekken, zitten, liggen en komen als jij het zegt. Een aantal wenken om mee te beginnen:

 

De basisregels

Voordat je eraan begint je pup manieren bij te brengen, moet je je een tweetal regels inprenten voor het opvoeden van honden:

1. Wees consequent:

 

    Eens verboden is altijd verboden, eens toegestaan is voor de hond altijd toegestaan en zeer moeilijk terug te draaien. Bepaal dan ook nu al of de hond later bijvoorbeeld op de bank of zelfs in bed mag.

    Een eenmaal gegeven commando moet worden opgevolgd. Zorg er dan ook voor dat, als je een commando geeft, je het ook kunt afdwingen. De pup moet jou niet kunnen negeren en jij moet niet afgeleid worden. Anders is het beter het commando niet te geven.

 

2. Wees duidelijk:

 

    Jouw commando's moeten voor de hond verstaanbaar zijn.

    Jouw huisregels moeten duidelijk zijn (ook voor jezelf!).

    Overtredingen en ongehoorzaamheid moeten duidelijk en direct worden bestraft.

 

Beloning en correctie

Een combinatie van deze twee middelen is de meest gebruikte manier om honden iets te leren.

 

Beloningen kunnen bestaan uit:

 

    prijzen (hoge stem);

    een aai;

    een brokje;

    een spelletje.

 

Het prijzen met je stem of een aai krijgt nog meer waarde als u het geregeld combineert met een brokje of een andere beloning. Dan krijgt de hond nog sterker de associatie: prijzen is leuk, want prijzen betekent vaak brokje of spelletje. Tijdens de eerste dagen kun je heel goed gebruik maken van beloning als de pup toevallig iets "goed" doet. Als hij merkt dat hij na een bepaalde handeling een beloning krijgt, zal hij die handeling uiteraard maar al te graag willen herhalen.

Voor de zindelijkheid beloonde je hem al zodra hij buiten een plasje of poepje deed. Je kunt er echter ook een woord aan verbinden. Als je pup een plasje gaat doen, geef je hem een commando, bijvoorbeeld "plasje doen". Zodra hij zit beloon je hem uitbundig. Al heel gauw zul je merken dat de pup het woord "plassen" associeert met een plasje doen. Door hem dat verband duidelijk te maken, heb je hem al een commando bijgebracht.

Een verwant onderwerp aan de zindelijkheid in huis is het hondenpoepprobleem buitenshuis. In ons overbevolkte land worden honden niet overal gewaardeerd, grotendeels vanwege de overvloed aan hondenpoep die je op de meest irritante plaatsen aantreft: op de stoep, op kinderspeelplaatsen (gevaarlijk i.v.m. wormen en ziekten), in winkelcentra, in je voortuin (niet van je eigen hond) en onder je schoenen. Hierdoor zijn veel gemeenten overgegaan op strenge regelgeving, bijvoorbeeld voor plaatsen waar honden hun behoeften mogen doen. In sommige gemeenten mogen honden op ideale uitlaatplaatsen als parken alleen op een beperkt aantal plekken worden uitgelaten, zelfs aan de lijn! Ook kan het verplicht zijn om iets op zak te hebben voor het opruimen van eventuele ongelukjes. Hiervoor zijn bij dierenspeciaalzaken poepschepjes en andere handigheden verkrijgbaar. Nog gemakkelijker is het gewoon altijd een boterhamzakje op zak te hebben. Hand erin, uitwerpselen oppakken, zakje eromheen vouwen, dichtbinden en in de dichtstbijzijnde prullenbak gooien. Geen onhandig grote opruimspullen in uw zakken en geen vieze handen.

Om te voorkomen dat de ergernissen over onze trouwe viervoeters echt de pan uitrijzen en nog draconischer maatregelen uitlokken, moeten wij ons als hondenbezitter goed aan de regels houden (vraag eventueel na wat deze regels zijn) en daarnaast ook een aantal gewone fatsoensnormen in acht nemen. Dus niet de hond op de stoep, in winkelcentra e.d. laten poepen, en mocht het een keer mis gaan, dan onmiddellijk de rommel opruimen.

Om de hond een commando bij te brengen, hoef je niet altijd een toevallige situatie af te wachten. Je kunt ook van een dagelijks terugkerende situatie gebruik maken of de pup verleiden te doen wat jij wilt. Als je bijvoorbeeld zijn eten klaarmaakt, zal de pup vanzelf al naar de keuken komen. Zodra je ziet dat hij naar jou op weg is, geef je het commando "kom" of "hier" (hoge stem, komen is leuk!). Zodra hij bij je is, beloon je hem weer uitbundig en geef je hem zijn eten. Ook als je een speeltje pakt, of zijn riem, of iets doet dat de pup heel interessant vindt, zal hij toch al graag naar je toe komen. Maak hiervan gebruik. Als de pup op het laatst toch besluit dat iets anders interessanter is, loop je achteruit, terwijl je hem met een hondenbrokje of speeltje uitnodigt je te volgen. Op dezelfde manier kun je hem ook zitten en liggen bijbrengen (let er bij het leren zitten wel op, dat als je hem wil dwingen, je niet bovenop zijn heupen moet duwen, maar in zijn knieholten.

Wanneer je je hond iets wilt aanleren, bereik je het beste resultaat als je korte oefenperiodes aanhoudt van maximaal 5 minuten. Voor een jonge pup kun je zelfs beter maximaal 3 minuten aanhouden.

De hond ook buiten naar je laten luisteren is vaak iets moeilijker, omdat er allerlei afleiding is. Oefen in het begin dan ook als er geen honden, kinderen of andere mensen in de buurt zijn. Als je de hond tijdens het uitlaten een tijdje los laat lopen (alleen waar dat veilig kan), moet je hem niet alleen bij je laten komen om hem aan de lijn te zetten. Heel snel heeft het hondje door: komen is lijn, einde vrijheid, geen barst aan! Roep hem tussendoor geregeld bij je, liefst weer als er geen afleiding is en hij toch al onderweg naar jou is. Beloon hem uitgebreid: BRAAF!, brokje geven, of even spelen. Komen is altijd braaf, al heeft hij je een half uur laten wachten en heb je inmiddels het kookpunt bereikt. Als je hem straft op het moment dat hij terugkomt, zul je steeds langer op hem moeten wachten. Komen betekent immers straf! Mocht het echter zo zijn dat jij de hond te pakken krijgt, en dan niet op het moment dat hij net naar je toe wilde komen, dan is een flinke correctie (zie verder) geen enkel bezwaar. Integendeel zelfs.

Jouw commando is een bevel. Het is geen verzoek en mag al helemaal niet op bedelende toon worden gegeven. Jij bent tenslotte de baas. Verder moet jouw commando goed verstaanbaar zijn, dus niet schreeuwen of snauwen. Een gezonde hond heeft heel gevoelige oren en hoort ook een rustig uitgesproken bevel uitstekend. Kies verder als commando altijd een kort, duidelijk verstaanbaar woord dat qua klank niet lijkt op een ander commando dat je al gebruikt. Bijvoorbeeld:

 

    zit;

    af, down; niet lig of liggen, dit lijkt te veel op zit;

    mand, hoek.

 

Het juiste moment van belonen is het moment waarop de pup iets goed doet. Als je te vroeg bent, heb je kans dat hij staakt met wat hij wilde gaan doen (je leidt hem bijvoorbeeld af), maar als je te laat bent, beloon je hem niet voor wat hij goed deed, maar zelfs voor het beëindigen van wat hij goed deed. Een voorbeeld: jouw hondje zit. Daarvoor wil je hem prijzen, want zojuist heb je hem het commando gegeven. Juist op het moment dat hij weer overeind komt, prijs je hem. Je bent te laat! Als je dit iedere keer zou doen, leert hij dat "zit" overeind komen is! Sommige honden zijn erg snel met dit overeind komen. Je bent nog niet aan de "zo" van "goed zo" of hij is alweer overeind geveerd. Zorg er dan voor dat je beloning heel kort is, bijvoorbeeld een kort, hoog BRAAF! Ook als je iets lekkers geeft, zorg je ervoor dat je de hond niet voor een verkeerde houding of het zelf beëindigen van de oefening beloont.

 

Correcties: Zoals al een aantal keren is gezegd, vertoont de hond qua gedrag en instinct nog heel veel overeenkomst met zijn wilde voorouders. Daarom gaan we ook bij het corrigeren ("straffen") van de hond uit van het gedragspatroon bij de wolven. Als een Alpha een andere wolf op zijn plaats zet, kan dat op verschillende manieren (steeds duidelijker en harder):

 

    door te grommen en/of de tanden te laten zien;

    door de ranglagere wolf over zijn snuit heen te bijten;

    door hem in zijn nekvel te bijten;

    door hem in zijn nekvel te bijten en flink te schudden (zeer zware correctie, die feitelijk bedoeld is als doodschudden en een pup doodsangst zal bezorgen).

 

Dergelijke correcties zal de wolvenpup onmiddellijk begrijpen. Nu kunnen wij deze straffen als mens vrij goed nabootsen:

 

    door met lage stem "foei!" (grommen) of "nee!" (lippen optrekken) te roepen;

    door de hand over de snuit van de hond te leggen en zachtjes te knijpen;

    door hem bij zijn nekvel te pakken; door met duim en wijsvinger een ferm kneepje te geven in het nekvel van de pup imiteer je de corrigerende beet van de moeder. Als het een "lastig" pupje is zal deze correctie hem bekend voorkomen.

    door hem bij zijn nekvel door elkaar te schudden (alleen te gebruiken in uiterste nood, als bovenstaande correcties niet helpen en wanneer het leven van de pup in gevaar is wanneer hij dit specifieke gedrag herhaalt).

 

"Menselijke" straffen zoals slaan ervaart de hond weliswaar als zeer onaangenaam, maar hij begrijpt niet duidelijk dat het hier een correctie betreft en zal er onzeker van worden. Slaan e.d. is dus gewoon minder duidelijk en daardoor minder effectief.

Wat wel een effectieve correctie kan zijn, is de hond te laten schrikken zonder dat hij begrijpt aan wie hij zijn schrik te wijten heeft. Een zeer bekend voorbeeld is het werpkettinkje van Martin Gaus. Bij kortharige honden wil de welgemikte straal van een plantenspuit ook goed effect hebben. Verder zal een plotseling hard geluid indruk maken. Met dit soort straffen zult u soms vrij creatief te werk moeten gaan. Bijvoorbeeld door een pannenset "op scherp" te zetten bij iets waar de hond niet aan mag komen, zodat ze met veel geraas en gekletter omlaag storten als de hond er toch aan zit.

Een hond corrigeren is niet leuk, maar moet gewoon af en toe gebeuren. Echter alleen bij overtreding van een bepaald verbod - of bij het uitproberen van de rangorde - en nooit omdat de kleine hond niet doet wat we graag willen. Dus in de aanleerfase van een commando is straffen er niet bij - en al helemaal niet bij het laten komen.

Ook mag je nooit doorgaan met corrigeren als de hond zich "overgeeft" door een lage houding aan te nemen en zelfs op zijn rug te gaan liggen.

Maar áls je corrigeert, moet je behalve consequent vooral ook duidelijk corrigeren! Wees niet bang om, indien nodig, flink op te treden. Kijk maar eens goed hoe honden elkaar onderling corrigeren. Daar kunnen wij als hondenbaas veel van leren. Als jouw correctie niet helder overkomt, zal het geen indruk maken op de hond en zal hij de overtreding steeds weer herhalen, zodat je hem steeds weer moet straffen. In feite eis je op dat moment niet streng genoeg gehoorzaamheid, geef je niet genoeg leiding en ziet de hond jou steeds minder als de Alpha!

Het enige juiste moment van corrigeren is op het moment dat de hond de overtreding begaat. Alleen op die manier dringt het tot de hond door dat een bepaalde handeling niet voor herhaling vatbaar is. En juist dat is nu de bedoeling van een correctie.

Het heeft dan ook geen enkele zin een pup te straffen als je een plasje van hem in huis tegenkomt! Pas als hij doorheeft dat hij in huis niets mag doen en jij hem betrapt, mag je hem daarvoor een correctie geven. Ook de ouderwetse methode van hem er met de neus doorhalen heeft geen enkel nut. De pup weet op dat moment domweg niet waarvoor hij gestraft wordt!

 

Conclusie: je boekt het beste resultaat met

 

    op het juiste moment veel vrolijk prijzen, in combinatie met

    weinig, maar op het juiste moment duidelijk corrigeren.

 

De puppycursus... en verder! Hopelijk denk je niet, na het lezen van dit boekje, dat je nu alles weet en de puppycursus wel kunt overslaan. Van de puppycursus kunnen jij en je hond namelijk alleen maar baat hebben:

 

    Socialisatie: je hond krijgt de kans om met een heleboel honden van allerlei soorten kennis te maken, zodat hij later als een normale hond op andere honden zal reageren.

    Je hondje leert allerlei oefeningen die ook in het dagelijks leven handig zijn.

    Hij leert jou gehoorzamen, ondanks al die verleidelijk leuke collegaatjes om hem heen.

    Je krijgt veel informatie en tips van ervaren instructeurs.

    Je kunt problemen aankaarten en persoonlijk advies vragen over specifieke opvoedingsproblemen.

    Jij en je hond zijn op een leuke manier samen bezig en beleven gewoon veel lol!

    Dit alles bevordert het contact tussen jou en je hond.

    Overigens lopen onze eigen instructeurs om deze redenen met hun eigen pups ook puppycursus!

 

Na de puppycursus is het, ook als je een gewone gezellige huishond wilt, altijd aan te raden nog even door te zetten met gehoorzaamheid. Al was het maar omdat de hond tussen 0,5 en 1 jaar en soms nog tussen 1,5 en 2 jaar periodes doormaakt, waarin hij jouw gezag grondig uitprobeert. Ook als je gewoon gezellig en actief met je hond bezig wilt zijn, kun je bij een kynologenclub terecht.